Mijn Blog

Tecklenburg aan de rand van het Teutoburer Wald

 

F I E T S E N.

Fietsen deed ik al heel vroeg. Eerst op het bekende driewielertje en later op mijn vaders fiets. Die was natuurlijk veel te hoog voor me, maar niet getreurd, linkerbeen door de driehoek van het frame en fietsen maar. Zo heb ik dikwijls zijn fiets, als hij terugkwam van kantoor, naar de fietsenstalling gebracht, na eerst natuurlijk nog wat rondgefietst te hebben, tot mijn vader het genoeg vond.

Na de lagereschool ging ik naar de MULO. Die lag verder weg in de stad. De eerste tijd had ik `n tramabonnement, later kreeg ik `n fiets; `n tweedehands.

 

Mijn vader en ik hebben samen twee keer`n grote fietstocht gemaakt naar De Heibloem. `n Klooster met daarbij `n ambachtsschool voor enigszins moeilijk opvoedbare jongens. Twee broers van mijn vader woonden in dat klooster, gelegen in Midden-Limburg iets ten zuiden van de plaats Meijel.

Oom Jan was directeur van die school waar jongens, internen maar ook externen `n vak konden leren. De andere broer, oom Jo, werkte in de wat ze tegenwoordig noemen de civieledienst. Hij werkte veel op de boerderij. De broers waren van de broederorde van O.L.Vrouw van Zeven Smarten. In Voorhout is/was ook `n klooster en school van die orde.

Zodra mijn vader zijn vakantie had geregeld, altijd tijdens de grote schoolvakantie, bestelde hij `n tandem bij de man van de fietsenstalling. Zonder daarvoor extra te trainen, noch mijn vader, noch ik, vertrokken wij `s morgens om `n uur of vier richting het zuiden.

Via Diemen en Duivendrecht reden we langs de Vecht naar Utrecht.  Natuurlijk werd er onderweg af en toe gerust, Daarna richting Den Bosch door de Betuwe, `n prachtige tocht. Rond het middaguur waren we dan in Den Bosch, waar flink werd gerust en gegeten van de zelf meegebrachte boterhammen.

Dan volgde `n heel lange tocht langs de Zuid-Willemsvaart tot aan sluis 13. Daar werd linksaf geslagen richting de Heibloem. Eind van de middag waren we daar en werden hartelijk ontvangen door oom Jan.

We sliepen bij `n werknemer van de Heibloem, die met zijn gezin in `n huis woonde op het erf van De Heibloem. We bleven er ongeveer `n week en gingen met de trein terug. De tandem en onze bagage gingen met de bode.

Die tocht heb ik later ook met Theo mijn zwager, de man van Ans, gemaakt. Toen op `n gewone fiets en hij ook op een voor hem aangepaste, want hij kon maar met één been trappen. Moest dus n`z.g. doortrapper hebben. Na de oorlog waren de eerste fietsen die weer te koop waren, Franse fietsen en dat waren toevallig doortrappers.

De tocht ging goed, ofschoon iets moeizamer. Theo kreeg last van zadelpijn; logisch.

 

Op de Mulo ontmoette ik `n jongen Leendert van Laer. Het bleek, dat hij met dezelfde tram naar en van school ging als ik; lijn 3. Zodoende ontmoeten wij elkaar, werden vrienden en kwamen ook bij elkaar thuis. Hij woonde in de Swammerdamstraat, later verhuisde hij naar Haarlem waar hij ook vandaan kwam.

Toen we beiden het MULO-examen gehaald hadden, planden we `n fietsvakantie naar Duitsland. Leendert zat bij de padvinderij en had al veel gekampeerd; ik nog nooit.

Op `n vrijdag gingen we op weg. Ergens op de Veluwe zetten we onze tent op; tenminste Leendert, ik hielp `n beetje. We kookten ons potje en doken daarna in de tent om te gaan slapen. Ik weet eerlijk niet meer waarop en waaronder. Waren er toen al slaapzakken? `t Zal wel. De militairen in de oorlog lagen toch ook niet zomaar op de grond! Afijn, dat was de eerste nacht. We reden verder richting Enschede en Gronau. Dat was op `n zaterdag.

In die laatste plaats reden we ergens op `n fietspad van gravel, toen ik opeens uitgleed. We fietsten in korte broek en met mijn linkerbeen viel ik op het gravel. Behoorlijke schaafwonden, die verzorgd moesten worden. Toen ik opkeek zag ik aan de overkant van de weg `n poort waarboven stond: "Krankenhaus".

We liepen er naar toe en melden ons. Even later werd ik in `n douche geplaatst en kreeg `n scherpe borstel mee. Daarmee moest ik de steentjes die in de huid vastzaten eruit schrobben.

Ik aan de gang, maar ja, het lukte niet erg. De dokter of `n verpleegkundige kwam even kijken of het goed ging en zag, dat het niet erg opschoot. Hij pakte de borstel, hij zou het wel even doen. Dat heb ik geweten, maar op den duur waren de meeste steentjes toch weggeschrobd.`n Paar, die er nog lang in zijn blijven zitten, gelukkig zonder te gaan zweren, waren veel en veel later ook verdwenen.

Ik kreeg `n tetanusinjectie en kon gaan. Er werd me gezegd, dat ik wellicht wat koorts zou krijgen, maar dat viel mee.

In Gronau zochten we `n plek om te overnachten en na `n beetje onrustige nacht, fietsten we de volgende dag verder. Later in de week moesten we soms flink klimmen, vooral toen we  het Teutoburgerwald naderden. In Tecklenburg stopten we. We maakten er wat foto`s.

De volgende dag reden we richting Keulen; huiswaarts dus.

In de omgeving van Keulen vonden we `n camping waar we onze tent opzetten. Die nacht viel er `n hevige regenbui. Toen het licht werd, zagen we dat het regenwater ondanks de door ons gegraven gootjes rond de tent, toch de tent was binnengestroomd. Niet erg. We hadden er geen rekening mee gehouden, dat de camping aan de rand van `n heuvelrug lag.

Weer wat geleerd. Het viel mee, onze bagage was drooggebleven, alleen het grondzeil was behoorlijk nat geworden. Na ruim `n week fietsen en kamperen waren we weer thuis.

Leendert en ik zijn nog lang vrienden gebleven, ook toen we beiden werkten of in dienst zaten, hij `t eerst bij de mariniers. Na ons beider trouwen is de vriendschap verwaterd; we woonden te ver uit elkaar.

Ik heb hem nog één keer ontmoet. Plotseling stond hij op `n maandagochtend voor de balie van Hotel Noordzee. Hij melde zich als docent voor een of andere cursus, die in het hotel werd gehouden. We hebben elkaar nog wel op zijn kamer gesproken, maar daarna heb ik hem nooit meer gezien. 

Na laatst bescreven tocht het betrekkelijk lang geduurd voor ik weer lange fietstochten ging maken.

Daar begon ik pas weer aan omstreeks 1975, toen ik na Hotel Noordzee andere betrekkingen kreeg o.a. bij Centrum `45 en waar ik op zaterdag vrij was.

Eerst ging dit op mijn gewone fiets, waarop ik dagelijks ook naar mijn werk ging.

De eerste tochten gingen vooral richting Het Groene Hart. Ik ontdekte b.v.

Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE